De Lets-beweging is begin jaren tachtig ontstaan in Canada, nadat uit een streek plots de industrie verdween maakte de lokale bevolking van het stadje Commox Valley bij ruilVancouver van de nood een deugd, geen werk, geen geld…laten we het maar weer doen als vroeger, ruilen.
Want de plaatselijke handel droogde snel op. Om het onderlinge ruilen weer op gang te brengen, werd een centrale boekhouding met een eigen ruileenheid in het leven geroepen.
Het Lets-systeem was geboren.
Nadien heeft Lets zich verspreid over de hele wereld en wij noemen het ruilen, of het nu gaat om het ruilen van een fiets, kinderwagen, een boek, cd’s, sieraad, speelgoed of misschien wel de heg knippen. Waar u tegen wilt ruilen, is aan u! U kunt zelfs diensten aanbieden of vragen. Misschien wilt u uw bureau ruilen voor een schilderbeurt van een paar deuren?
Alles kan en ruilen is nog leuk ook!

Het werkwoord ‘letsen’ tref je niet aan in het woordenboek, Lets is de Engelse afkorting voor wat in het Nederlands zoveel betekent als ‘lokaal uitwisselingssysteem’.
Een Letsgroep bestaat uit een groep mensen die onderling goederen en diensten uitwisselen zonder een vaste ruimte, wij doen dit dus wel in een vaste ruimte, in een winkel de “Ruilwinkel” en doen dit zonder dat daar geld bij te pas komt. Het voordeel van de Ruilwinkel is dat de mensen de spullen gelijk zien staan en hun spullen kunnen brengen de sociale functie die dit heeft is daarom zeer meegenomen.
De ‘vergoeding’ gebeurt met een puntensysteem.
Voor wat hoort wat, binnen de Ruilwinkel is geld taboe. De uitwisseling van punten wordt bijgehouden door de administratie.
Diensten worden gewaardeerd met punten. Om de waarde van een dienst in punten te bepalen, is de connectie met de economie niet van belang.
De Ruilwinkel hanteert immers andere regels.
Intellectuele en handenarbeid zijn er gelijkwaardig, diploma’s en schaarste van geen tel.

Alleen door activiteiten te ondernemen, of goede spullen te brengen kun je punten verdienen.
Daarmee kun je dan weer een beroep doen op de diensten van andere leden van de Ruilwinkel.

Toch is in de praktijk niet altijd makkelijk om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen.
Een paar extra handige klussers zijn zeker nog welkom, want kleine klusjes worden vaak gevraagd.geven
Mensen die echt zwaar werk willen verrichten, zoals spitten, zijn ook moeilijk te vinden. Aan luisterende oren en mensen die je planten willen komen water geven tijdens je vakantie, licht huishoudelijkwerk en boodschappen doen, is er dan weer veel aanbod.

Hoewel ruilen veelal gaat om de uitwisseling van diensten, is ook het ruilen van goederen, zoals boeken, cd’s, vazen, prullaria, lampen, kleine meubels, enz, enz.. Daarbij stellen we ons de vraag, hoe lang zou ik willen werken om dat product te kunnen krijgen?
Maar meestal vragen mensen weinig punten voor goederen, beter iemand anders een plezier doen met jouw spullen.
Hergebruik van spullen, beter voor de beurs en het milieu

Niet alles kan geruild worden, jammer genoeg niet, want de hele maatschappij draait nu eenmaal om geld. Zo zijn daar onze vaste lasten en kosten waarvoor wij afhankelijk zijn van gulle gevers en subsidies. Komen die er niet meer dan zal de Ruilwinkel haar deuren moeten sluiten.